4 evaluatievragen die organisaties zich regelmatig zouden moeten stellen

Het is iets geks met evaluatie. We hebben er vaak geen tijd voor. Maar als we het regelmatig zouden doen, en we doen het goed, dan zou het weleens veel tijd (en geld) op kunnen leveren.

Evaluatie is eigenlijk een omgekeerde investering: juist als je geen tijd hebt, zou je het moeten doen. ‘Te druk om niet te evalueren,’ zou een goede slogan zijn voor iedere organisatie.

Evalueren begint met vragen stellen. In dit artikel noem ik 4 vragen die je je als organisatie regelmatig zou moeten stellen.

 

Hebben we eigenlijk wel visie?

Natuurlijk hebben we ‘een’ visie. Hij staat op de website.

Okay, maar is het ook een visie waar mensen voor warm lopen? Waar ze hun persoonlijke bijdrage aan willen leveren? Of voeren mensen hun werk uit puur omdat ze er salaris voor krijgen?

In zijn boek ‘De vijfde discipline, De kunst en praktijk van de lerende organisatie’ beschrijft Peter M. Senge het belang van een voortdurende dialoog over visie.

Een visie die recht doet aan de persoonlijke overtuigingen en doelen van mensen. Op deze manier ontstaat synergie in de organisatie.

bril

 

Werken we áán de organisatie?

‘Als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg.’ Een bekende uitspraak van Albert Einstein. In iedere organisatie moet veel werk verzet worden. Maar werk je ondertussen ook áán de organisatie?

Ik heb het dan over (vernieuwings)plannen die je voor de organisatie hebt. Niet alleen managers, maar juist ook medewerkers kunnen een bijdrage leveren aan organisatievernieuwing. Zij zijn als geen ander in staat vernieuwende ideeën te toetsen op haalbaarheid in de praktijk.

Om te kunnen vernieuwen, heb je een planning nodig, die je regelmatig evalueert. Heb je geen planning, dan ben je voortdurend aan het doen wat voorhanden is. En dat levert een tunnelvisie op. (In dit artikel beschrijf ik 5 signalen van tunnelvisie.)

 

Wat levert training eigenlijk op?

Een training is een prachtig middel om nieuwe kennis over een bepaald onderwerp op te doen. Maar als je er niets mee doet is het zonde van je geld. Toch ligt daar vaak de moeilijkheid.

Medewerkers zeggen wel dat ze veel aan een training hebben gehad, maar in de praktijk blijken ze maar 10-20% van de stof te gebruiken. Eenmaal terug op de werkvloer is het vaak zo druk dat medewerkers snel terugvallen in oude, vertrouwde routines.

Daarom is het goed om tijdens en na een training met de medewerker(s) in gesprek te blijven. Wat zou deze nieuwe kennis de organisatie op kunnen leveren en wat heeft deze medewerker daar dan voor nodig?

 

Krijgt de klant wat hij verwacht?

‘We hebben een probleem’ zei de parketboer, kijkend naar de ongelijke ondervloer bij ons op zolder. En dat, terwijl ik hem juist had uitgenodigd voor een oplossing…

Misschien heb je als organisatie een mooi eindproduct opgeleverd en ben je dik tevreden over je werk. In de praktijk blijkt het proces er naartoe voor de klant minstens zo belangrijk als het eindresultaat. Hoe was de eerste indruk eigenlijk? Wist de klant waar hij of zij aan toe was of werd hij in het onzekere gelaten? Dan zal er toch een ontevreden gevoel blijven hangen.

Korte lijnen met de klant of eindgebruiker zijn een belangrijke input voor organisatie-leren. Het levert niet alleen een tevredener klant op, maar ook dat eventuele problemen in de nabije toekomst voorkomen kunnen worden.

Leave a comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *